« terug
Zelf geperst sinaasappelsap en verbruiksbelasting
Een supermarkt die in de winkel een zelfpersmachine voor sinaasappelsap heeft staan waarmee jaarlijks meer dan 12.000 liter sap wordt geperst, is belastingplichtig voor de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken. Volgens een exploitant wordt die verbruiksbelasting ten onrechte bij de supermarkt geheven - de klant zou belastingplichtig zijn - maar daar gaat Hof Arnhem Leeuwarden niet in mee.
In een supermarkt kunnen klanten zelf sinaasappelsap persen. De supermarktexploitant heeft hiervoor eind 2014 aangifte verbruiksbelasting alcoholvrije dranken gedaan, de verschuldigde belasting afgedragen en is vervolgens in bezwaar gegaan. Hij vindt dat niet hij maar de klant belastingplichtig is voor de verbruiksbelasting. De supermarkt stelt alleen aan de klanten een persmachine ter beschikking, maar de klanten vervaardigen het sinaasappelsap.
Voor deze redenatie vindt hij geen steun bij Hof Arnhem-Leeuwarden. Het hof stelt vast dat de persmachine eigendom is van de supermarkt en wordt onderhouden en schoongemaakt door haar werknemers. Ook de sinaasappels en de flesjes zijn vóór het persen eigendom van de supermarkt. Vervolgens stelt de supermarkt dit alles aan haar klanten ter beschikking en het enige dat de klanten doen is op een knop drukken om de flesjes met sinaasappelsap te laten vullen. Vervolgens rekenen zij dit af bij de kassa. Omdat het handelen van de supermarkt zodanig bepalend is voor het doen ontstaan van het sinaasappelsap kan dit worden aangemerkt als vervaardigen. Kortom, de supermarkt is belastingplichtig voor de verbruiksbelasting.
Het hof leidt uit de wetsgeschiedenis af dat de wetgever er voor heeft gekozen om de zogenoemde zelfpersers niet in de heffing van verbruiksbelasting te betrekken als deze niet meer dan 12.000 liter vruchtensap per kalenderjaar vervaardigen. In dit geval was er sprake van aanzienlijk meer liter. De extra administratieve lasten waarmee de supermarkt mee werd geconfronteerd waren volgens het hof, gezien het betrekkelijk geringe bedrag aan verbruiksbelasting, niet als buitensporig aan te merken.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 22-01-2019