Cliënt Online Nieuws Pink Web Applications http://www.clientonline.nl nl-nl Nieuwsberichten verzorgd vanuit Cliënt Online info@clientonline.nl Sun, 07 Mar 2021 21:48:23 +0100 <![CDATA[Bestuurder actief bedrijf mag fiscus later betalen]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70406 Een holding is de enige bestuurder van een vennootschap waarin zij 50% van de aandelen houdt. In maart 2016 vindt de ontbinding van de vennootschap plaats. Op dat moment staat nog een bedrag van bijna € 250.000 aan loon- en omzetbelastingschulden open. Volgens de ontvanger valt de holding onbehoorlijk bestuur te verwijten. Daardoor zijn de belastingschulden aan haar te wijten, zo stelt de fiscus. De holding heeft namelijk de vennootschap de crediteuren laten betalen en zijn rekening-courantschuld laten aflossen. De holding stelt dat zij de crediteuren eerder heeft betaald om zo de vennootschap te kunnen voortzetten. Maar de ontvanger denkt dat de holding haar crediteuren pas heeft betaald nadat zij heeft besloten de onderneming te staken. De holding is het oneens met de aansprakelijkstelling. Zij begint daarom een beroepsprocedure voor de rechtbank. De rechtbank constateert dat de holding tijdig de betalingsonmacht heeft gemeld. Het gevolg is dat de ontvanger aannemelijk dient te maken dat de holding de vennootschap onbehoorlijk heeft bestuurd. Daarnaast moet dit onbehoorlijke bestuur de oorzaak zijn van het onbetaald blijven van de belastingschulden. De rechtbank oordeelt dat een bestuurder in beginsel vrij is om op basis van eigen afwegingen te bepalen welke schuldeiser hij als eerste betaalt. De beslissing om belastingschulden geen voorrang te geven is pas onbehoorlijk bestuur als geen redelijk denkend bestuurder dat zou doen. De situatie is trouwens anders als de vennootschap besluit haar onderneming te beëindigen en niet al haar schulden kan voldoen. In dat geval is de bestuurder niet vrij om zelf te bepalen welke schuldeisers voorrang krijgen. De ontvanger maakt echter niet aannemelijk dat deze situatie zich voordoet. Hij kan niet bewijzen dat holding voor het betalen aan de crediteuren al van plan was om haar onderneming te staken. Daarom vernietigt de rechtbank de aansprakelijkstelling. Bron: Rb. Gelderland 12-02-2021 (gepubl. 02-03-2021)]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70406 Thu, 04 Mar 2021 12:00:00 <![CDATA[Algemene criteria voor thuiswerken beschikbaar]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70407 Veel mensen werken sinds het begin van de coronacrisis al thuis. Minister Koolmees liet op 3 februari 2021 in een Kamerbrief weten dat uit onderzoek van TNO blijkt dat circa 9% van de werknemers meer (uren) kan thuiswerken. De minister heeft in overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties criteria voor thuiswerken opgesteld om werkgevers en werknemers te ondersteunen bij thuiswerken. Het uitgangspunt voor de criteria voor thuiswerken is ‘werk thuis, tenzij het niet anders kan’. Maar in veel sectoren kunnen mensen niet of slechts gedeeltelijk thuiswerken, bijvoorbeeld door de aard van het werk of vanwege persoonlijke omstandigheden. Werken op locatie kan nodig zijn, bijvoorbeeld omdat die werknemers nodig zijn om de voortgang van een noodzakelijk bedrijfsproces op locatie te waarborgen of voor die werknemers die toegang moeten hebben tot vertrouwelijke informatie die enkel op de bedrijfslocatie is in te zien. Daarnaast zijn er ook situaties waarin mensen vanwege dringende persoonlijke omstandigheden (deels) thuis of op locatie kunnen werken. Bijvoorbeeld werknemers die door het thuiswerken dusdanige mentale klachten ervaren, dat het voor hun mentale gezondheid noodzakelijk is dat ze hun werk (deels) op locatie doen. Of werknemers voor wie de omstandigheden thuis niet geschikt zijn om vanuit huis te werken, en niet toereikend te maken zijn. Uiteraard moet de werkplek op locatie dan wel voldoen aan de coronamaatregelen van het RIVM. De handreiking is bedoeld om onduidelijkheden over het al dan niet thuis kunnen werken weg te nemen bij werkgevers en werknemers. De werkgever moet samen met de OR of PVT de concrete uitwerking hiervan nader invullen. Het is belangrijk dat werkgevers en werknemers al bestaande afspraken over naar het werk komen aan de hand van deze criteria opnieuw tegen het licht houden. De minister geeft in Kamerbrief aan dat hij in maart 2021 een advies zal vragen aan de SER over de toekomst van hybride werken na de coronacrisis. Deze adviesaanvraag zal over meer thema’s gaan dan alleen arbeidsomstandigheden. Ook gaat het in op bijvoorbeeld de effecten van hybride werken voor mobiliteit en milieu, randvoorwaarden voor een goede balans tussen thuiswerken en werken op locatie, sociaal-maatschappelijke effecten en de gevolgen voor specifieke groepen zoals jongeren en zzp’ers. Bron: Min. SZW 24-02-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70407 Thu, 04 Mar 2021 12:00:00 <![CDATA[Gebruik oude fundering scheelt overdrachtsbelasting]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70323 Een man koopt een perceel waarop een woonhuis heeft gestaan. Een brand heeft deze woning verwoest, maar de fundering, schuur en bestrating zijn overgebleven. De levering van het pand vindt plaats op 22 oktober 2018. Op 14 november 2018 verkrijgt de man een omgevingsvergunning om een nieuwe woning te laten bouwen. Deze vergunning heeft hij al vóór de levering aangevraagd. Het is de bedoeling dat men voor de nieuwe woning de bestaande rioolaansluitingen gaat gebruiken. Bij de bouw wordt de oude fundering gebruikt, al vinden enkele kleine aanpassingen plaats. De man meent dat hij voor wat betreft de overdrachtsbelasting een woning in aanbouw heeft gekocht, zodat het lage tarief van toepassing is. De Belastingdienst is het daarmee oneens, maar de rechtbank stelt de man in het gelijk. De rechter volgt daarbij de volgende redenering. In principe is grond bestemd voor woningbouw geen woning voor de overdrachtsbelasting. Maar een uitzondering geldt als al een fundering is aangebracht. Dan is inderdaad sprake van een nieuwe woning in aanbouw. De rechtbank wijst daarbij op de omstandigheid dat de bestaande fundering echt is gebruikt voor de nieuwe woning. Economisch gezien is er geen wezenlijk verschil tussen het gebruik van een oude of nieuwe fundering. De rechtbank ziet daarom niet in waarom een tariefverschil gerechtvaardigd zou zijn. Dat de man de bouwvergunning pas na de levering heeft ontvangen, is niet van belang. Hij heeft deze vergunning immers vóór de levering aangevraagd. Dat de bouw na de levering is begonnen, is hier evenmin relevant. Bron: Rb. Den Haag 11-02-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70323 Wed, 03 Mar 2021 12:00:00 <![CDATA[Koolmees geeft toelichting op Tozo-regeling]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70324 Ondernemers die niet aan de voorwaarden voor ondersteuning op basis van de Tozo voldoen, kunnen bij een inkomen onder de bijstandsnorm eventueel een beroep doen op bijstand op grond van de Participatiewet. Als sprake is van ‘zeer dringende redenen’ kan iemand die in principe niet in aanmerking komt voor Tozo/bijstand toch bijstand toegekend krijgen. Het College van burgemeester en wethouders moet dit beoordelen. De kring van rechthebbenden die recht hebben op de Tozo is beperkt tot zelfstandigen die op 17 maart 2020 stonden ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Constateert de Belastingdienst dat een ondernemer nog niet is ingeschreven in het Handelsregister, dan wordt deze ondernemer door de Belastingdienst daarop geattendeerd. De ondernemer wordt daarmee in de gelegenheid gesteld om alsnog aan de inschrijvingsverplichting te voldoen. Het is niet zo dat de Belastingdienst de ondernemer in de gelegenheid stelt om met terugwerkende kracht aan deze inschrijvingsverplichting te voldoen. De wijze van inschrijving in het Handelsregister is de verantwoordelijkheid van de Kamer van Koophandel. Inschrijvingen kunnen met terugwerkende kracht kunnen worden doorgegeven, dat wil zeggen met een ingangsdatum in het verleden. Volgens de Handelsregisterwet moet een ondernemer de eerste inschrijving van een onderneming doen binnen een periode van twee weken, die begint een week vóór en eindigt een week ná de aanvang van de bedrijfsuitoefening. De datum registratie wijkt dan af van de ingangsdatum van de aanvang van de bedrijfsuitoefening. De inschrijvingsdatum is een hard criterium voor toekenning van de Tozo wat in overeenstemming is met de bedoelde toepassing van de regeling. Om eenvoudige verificatie mogelijk te maken is dit criterium geformaliseerd in de eis dat de zelfstandige op 17 maart 2020 ingeschreven moet staan. Een zelfstandige die met zijn onderneming niet uiterlijk met ingang van 17 maart stond ingeschreven is naar de definitie van de Tozo geen zelfstandige, omdat deze persoon niet heeft voldaan aan alle wettelijke vereisten voor de uitoefening van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Een aanpassing van de datum met als doel inschrijvingen met terugwerkende kracht toe te staan, leidt tot uitvoeringsproblemen en verhoogt het risico op misbruik van de Tozo uitkering. Bron: Ministerie SZW 25-02-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70324 Wed, 03 Mar 2021 12:00:00 <![CDATA[Winst uit onderneming voor participatie in filmfonds]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70304 Een man neemt in 2014 deel in een filmfonds. Dit fonds is een maatschap. Deze maatschap heeft als doelstelling productie van een bepaalde film. Het fonds heeft 171 participanten. Een van de participanten is een bv. Deze bv is belast met het beheer en het bestuur van de maatschap. De andere 170 participanten kunnen met participaties van € 10.000 deelnemen in het fonds, met een maximum van 5 participaties. In 2014 brengt man € 20.000 ten laste van zijn ondernemingswinst. In de daaropvolgende jaren geeft de man telkens een bedrag van € 4.000 als belaste winst aan. De inspecteur is het niet eens met de aftrek van € 20.000. In hoger beroep bij Hof Arnhem-Leeuwarden is in geschil of de participatie in het filmfonds een bron van inkomen vormt. Met name is de vraag of een objectieve voordeelsverwachting bestond toen de man in het fonds investeerde. In het prospectus van het fonds is een overzicht opgenomen van de te verwachten rendementen bij bepaalde omzetten van de uitgebrachte film. Het hof neemt dit overzicht als uitgangspunt. Het hof is van oordeel dat een objectieve voordeelsverwachting heeft bestaan toen de man in het fonds investeerde. Het gaat om een spektakelfilm gericht op een heel groot en breed publiek. Voor de film is speciaal een internationaal zeer ervaren regisseur aangetrokken. Een bekende buitenlandse distribiteur heeft zich aan de film gecommitteerd en er is box-office omzet gerealiseerd van € 6 miljoen. Voor het sterk achterblijven van verdere inkomsten bij eerdere prognoses, zoals verkoop van dvd’s en omzet in het buitenland, is volgens het hof een goede verklaring te geven. De investering in het fonds vormt voor de investeerder een bron van inkomen. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 09-02-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70304 Tue, 02 Mar 2021 12:00:00 <![CDATA[Derde NL leert door-regeling]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70305 Met NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk kunnen sectorale samenwerkingsverbanden van werkgevers-, werknemersorganisaties en andere betrokken partijen door middel van een subsidieverzoek binnen de desbetreffende sector(en) ondersteuning bieden voor het behouden van werk en het vinden van ander werk. Daarbij kan het gaan om het aanbieden van een viertal activiteiten, namelijk ontwikkeladvies, scholing, EVC of begeleiding naar ander werk. De activiteiten kunnen zowel worden uitgevoerd door partijen binnen het samenwerkingsverband als door externe aanbieders. Voor de regeling is een bedrag van € 71, 5 miljoen beschikbaar. In de regeling worden vier subsidiabele activiteiten genoemd waarmee maatwerktrajecten kunnen worden vormgegeven: ontwikkeladvies, begeleiding naar beroepen en sectoren waar kansen liggen, scholing en EVC. Om in te spelen op de verschillende ondersteuningsbehoeften van een persoon kunnen deze activiteiten in verschillende combinaties binnen één traject worden ingezet. Waar de één voldoende is geholpen met alleen een ontwikkeladvies, heeft de ander bijvoorbeeld scholing en meer begeleiding nodig om door te stromen naar ander werk. In deze behoefte aan maatwerk wordt daarom voorzien. Per deelnemer kan één traject worden aangeboden en dat traject kan zoals beschreven bestaan uit één of meerdere activiteiten waarbij alle combinaties van de vier activiteiten denkbaar zijn. Een subsidieaanvraag kan worden ingediend door een samenwerkingsverband van sectoren, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, brancheorganisaties, O&O fondsen en andere betrokkenen. De hoofdregel is dat zowel een werkgevers- als een werknemersorganisatie onderdeel moet uitmaken van het samenwerkingsverband, ter bevestiging dat de aanvraag breed gedragen is binnen de desbetreffende sector. Wanneer een gezamenlijk ondertekende aanvraag niet mogelijk is of anderszins ontbreekt, moet de aanvraag voor een advies worden voorgelegd aan de Stichting van de Arbeid. Subsidieaanvragers kunnen vanaf 15 maart 2021, 9.00 uur tot en met 26 april 2021, 17.00 uur, Nederlandse tijd een subsidieaanvraag indienen. Uitvoering van Beleid (UVB), onderdeel van het ministerie van SZW, is belast met de uitvoering van deze regeling en zal de subsidieaanvragen beoordelen. De beslissing over een subsidieaanvraag wordt zo snel mogelijk genomen, maar uiterlijk binnen 13 weken. Wordt de subsidie verleend dan ontvangt de subsidieontvanger bij de verleningsbeschikking een voorschot ter hoogte van 60% van het toegekende subsidiebedrag. De regeling is op 2 maart 2021 gepubliceerd in de Staatscourant. Bron: Min. SZW 02-03-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70305 Tue, 02 Mar 2021 12:00:00 <![CDATA[Aankoop paard blijkt gouden zet]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70233 De man en zijn echtgenote zijn echte paardenliefhebbers. In het verleden heeft de man ook meegedaan aan wedstrijden. De liefde voor paarden hebben zij doorgegeven aan hun dochter. Die begon met pony’s mee te doen aan wedstrijden, maar in 2007 koopt hij voor de dochter een rijpaard voor € 12.500. Het is de bedoeling dat de dochter met het paard mee gaat doen aan springwedstrijden. De man is ondernemer, maar bij de aankoop van het rijpaard handelde de man niet zelf actief in paarden. De dochter heeft met wedstrijden belangrijke prijzen gewonnen. De vader heeft voor zijn paard diverse biedingen gekregen. Na een blessure van het paard heeft de dochter er bij de vader op aangedrongen het paard te verkopen. Een bieder is bereid € 1,3 miljoen voor het paard te betalen. De inspecteur heeft de verkoopopbrengst als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) belast. De man is tevergeefs in bezwaar gegaan. In beroep bij de rechtbank is in geschil of sprake is van een belaste verkoopopbrengst van het paard. Rechtbank Noord-Nederland bepaalt eerst of sprake is van een bron van inkomen. Van belang is of de man bij de aankoop van het paard voordeel heeft beoogd, of hij dit heeft kunnen verwachten en of hij heeft deelgenomen aan het economische verkeer. De rechtbank is van oordeel dat de man met de aankoop van het paard geen voordeel heeft beoogd. Van belang daarvoor is dat de vader het paard voor de hobby van zijn dochter heeft gekocht. Bij aankoop van het paard heeft de man niet de bedoeling gehad snel winst te behalen. Toen de man het paard heeft aangekocht had de man slechts twee pony’s en handelde hij niet in paarden. Door een blessure van het paard en het hoge bod drong de dochter bij haar vader erop aan om het paard te verkopen voor € 1,3 miljoen. Verder oordeelt de rechtbank dat als de man al ooit heeft beoogd voordeel te behalen, dit niet eerder is geweest dan oktober 2014. Toen zijn de vader en zijn dochter serieus gaan nadenken om het paard te verkopen. De inspecteur heeft echter niet kunnen aantonen dat de waardestijging van het rijpaard in een week tijd belast kan worden als ROW. De verkoopopbrengst is daarom onbelast. Bron: Rb. Noord-Nederland 05-02-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70233 Mon, 01 Mar 2021 12:00:00 <![CDATA[Container is een onderkomen voor surflessen]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70119 Een vennootschap onder firma (vof) oefent een surfschool uit en geeft surflessen aan het strand. Tijdens het sportseizoen van 1 april tot en met 30 oktober gebruikt de vof een container van drie bij zes meter. Normaal krijgen de deelnemers op het strand instructie. Bij slecht weer krijgen de deelnemers echter in de container instructies. Er zijn ook kleedruimten in de container Aan het einde van het seizoen moet de vof de container afbreken. Bij Rechtbank Noord-Holland is de toepassing van het verlaagde tarief omzetbelasting voor het geven van de surflessen in geschil. De rechtbank leidt uit de feiten en foto’s af dat de vof de cursisten in de container ontvangt voordat de lessen beginnen. Bij slecht krijgen de deelnemers in de container instructies. De deelnemers mogen de in de container aanwezige kleedruimten gebruiken. Na afloop van de lessen kunnen de deelnemers gebruikmaken van buitendouches bij de container en vindt een evaluatie van de lessen plaats. Volgens de rechtbank biedt de surfschool hiermee aan deelnemers van de surflessen de gelegenheid sport te beoefenen onder het ter beschikking stellen van een onderkomen. De container is aard- en nagelvast en bedoeld om daar gedurende het seizoen te blijven staan. Het verwijderen van de container is niet eenvoudig en daarvoor moet de vof aanzienlijke kosten maken. Voor het plaatsen van de container is bovendien een omgevingsvergunning nodig. De rechtbank is van oordeel dat in die situatie geen sprake is van een snel op te bouwen spelsituatie. Er is eerder sprake van een duurzaam aanwezige faciliteit. De vof voldoet daarmee aan de voorwaarden om het lage tarief omzetbelasting toe te passen. Bron: Rb. Noord-Holland 17-02-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70119 Thu, 25 Feb 2021 12:00:00 <![CDATA[Staatssecretaris Vijlbrief werkt aan een plan om te voorkomen dat bedrijven alsnog kopje onder gaan door hoge belastingschulden.]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70120 Het ministerie van Financien werkt nu aan een plan om ondernemers nog meer lucht te geven om hun schulden terug te betalen. Er zijn verschillende opties. De staatssecretaris wil wel dat andere schuldeisers meedoen: „Want anders komt het geld niet bij de ondernemer, maar bij andere schuldeisers terecht.” Vijlbrief doet ook nog een oproep aan ondernemers die tijdens de coronacrisis een keer uitstel hebben aangevraagd, maar dat nooit hebben verlengd. Dat zijn er ongeveer 50.000 van de 250.000 ondernemers met een belastingschuld. Wie geen verlenging aanvraagt komt niet in aanmerking voor het soepeler betalingsregime. Bron: Telegraaf, 24 februari 2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70120 Thu, 25 Feb 2021 12:00:00 <![CDATA[Waardevermindering landbouwgronden verrekenen met subsidie]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=70037 Een man en zijn vrouw oefenden samen met hun zoon een melkveehouderij in de vorm van een maatschap uit. Het echtpaar heeft daarbij het gebruik en genot van de landbouwgronden in de maatschap ingebracht. Zij hebben de eigendom van die landbouwgronden. Zij rekenden die landbouwgronden tot hun buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen. Alle maten zijn gerechtigd tot 1/3e deel van de winst. De maatschap heeft een subsidie functieverandering volgens de Subsidieverordening kwaliteitsimpuls natuur en landschap 2010 van de provincie Friesland gekregen De subsidie bedraagt € 473.450 en dient als compensatie voor de waardedaling van de landbouwgrond door de omzetting daarvan in natuurterrein. De man is van mening dat de subsidie onbelast is en hij en zijn echtgenote bovendien de omgezette grond kan afwaarderen met € 401.949. De inspecteur is het daar niet mee eens. Ook bij de Hoge Raad krijgt het echtpaar geen gelijk. Alleen voor zover de subsidie de waardevermindering van de landbouwgrond overstijgt, is de subsidie vrijgesteld (€ 71.501). De subsidie is voorts binnen de maatschap verdeeld volgens de winstverdelingsregels. Dat betekent dat de zoon ook voor 1/3e deel meedeelt in de subsidie, hoewel de waardevermindering van de gronden alleen het echtpaar aangaat. De Hoge Raad casseert op dit punt het hof. Voor verdeling volgens de winstdelingsregels van de subsidie kunnen zakelijke redenen zijn. Voor de maatschap kan inkomensderving aan de orde komen en daarmee dus ook voor de zoon. Die inkomensderving kan zich voordoen, omdat de omgezette grond namelijk niet langer kan worden gebruikt in de onderneming van de maatschap. De Hoge Raad verwijst de zaak. Bron: Hoge Raad 19-02-2021]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/70037 Wed, 24 Feb 2021 12:00:00