Cliënt Online Nieuws Pink Web Applications http://www.clientonline.nl nl-nl Nieuwsberichten verzorgd vanuit Cliënt Online info@clientonline.nl Sat, 02 Jul 2022 16:11:18 +0100 <![CDATA[Duidelijkheid over rechtsherstel box 3]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=163584 Financiën heeft het besluit gepubliceerd waarin wordt aangegeven hoe het voordeel uit sparen en beleggen in box 3 moet worden herrekend naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. De berekening geldt voor nog niet onherroepelijk vaststaande en nog niet vastgestelde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de kalenderjaren 2017 tot en met 2022.



Bij het rechtsherstel wordt uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen (zoals aangegeven in de aangifte inkomstenbelasting), waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Per vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage. Bij de vormgeving van het rechtsherstel zijn diverse aspecten betrokken, waaronder budgettaire, uitvoeringstechnische en maatschappelijke aspecten. Het is erop gericht om op een geautomatiseerde wijze uitvoering te geven aan het arrest van de Hoge Raad. Met de in dit besluit beschreven nieuwe berekening van het voordeel uit sparen en beleggen wordt naar de mening van het kabinet naar redelijkheid op een zo rechtvaardig, aanvaardbaar en uitvoerbaar mogelijke manier rechtsherstel geboden.

  • In onderdeel 2 worden de drie doelgroepen van het rechtsherstel benoemd.

  • In onderdeel 3 staat hoe het rechtsherstel in vier stappen wordt berekend en wanneer een aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd of wordt vastgesteld op basis van het berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen.

  • In onderdeel 4 wordt per doelgroep aangegeven welke mogelijkheden de belastingplichtige heeft als hij het niet eens is met het geboden rechtsherstel (de rechtsbescherming).Voor alle doelgroepen geldt dat het rechtsherstel enkel wordt geboden als het berekende nieuwe voordeel uit sparen en beleggen lager is dan het op grond van de wet berekende voordeel uit sparen en beleggen. Als dit niet het geval is, wordt geen rechtsherstel geboden.

Ambtshalve verminderingTen aanzien van een verzoek om ambtshalve vermindering wordt het volgende gemeld. Een verzoek om ambtshalve vermindering moet zijn ingediend binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. Tenzij de staatssecretaris anders beslist, kan jurisprudentie die is gewezen nadat de aanslag onherroepelijk is komen vast te staan, geen aanleiding zijn om die aanslag ambtshalve te verminderen. Om die reden zal de inspecteur een verzoek (om rechtsherstel) afwijzen van een belastingplichtige die niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting, waarin sprake is van een voordeel uit sparen en beleggen. Tegen deze afwijzing staat bezwaar en beroep open.
Het besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2022.

Bron: MvF 28-06-2022, nr. 2022-176296

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/163584 Thu, 30 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Recht op voorbelasting ondanks tegenwerking bij controle]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=163585 Ook als een btw-ondernemer tijdens een boekenonderzoek de controlerend ambtenaren soms belemmert, heeft hij in beginsel toch recht op aftrek van voorbelasting.

Een btw-ondernemer is in de jaren 2012 en 2013 actief op het gebied van de informatietechnologie. Bovendien houdt hij zich bezig met de jacht op wild en heeft daarvoor een jachtvergunning voor een gebied in Duitsland. Hij dient in 2012 en 2013 kwartaalaangiften omzetbelasting in. Hoewel hij telkens een verschuldigde belasting van nihil aangeeft ter zake van leveringen en diensten, geeft hij € 8.351 (2012) en € 4.767 (2013) aan voorbelasting op. De inspecteur verleent hem daarom hem teruggaven. Wanneer de Belastingdienst echter een boekenonderzoek bij de man houdt, kan de man volgens de fiscus onvoldoende toelichting geven op de geclaimde voorbelasting. De man krijgt daarom naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Hij gaat daartegen in bezwaar en beroep.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt ten eerste dat de naheffingsaanslag OB 2012 terecht en voor het juiste bedrag is opgelegd. Maar dat is anders bij de naheffingsaanslag 2013. De partijen zijn akkoord dat de man in 2013 prestaties heeft verricht als btw-ondernemer. Hij heeft daarvoor recht op aftrek van voorbelasting. Volgens het hof is het aannemelijk dat de man beschikt over facturen waaruit recht op aftrek van voorbelasting voortvloeit. Hij heeft namelijk tijdens het boekenonderzoek een controlerend ambtenaar een map met facturen ter inzage gegeven. Daarna heeft hij met zijn houding deze ambtenaar tegengewerkt. Daardoor is de controle niet optimaal uitgevoerd. Maar dat is onvoldoende reden voor de Belastingdienst om hem alle aftrek van voorbelasting te weigeren. Het hof benadrukt vervolgens nog eens dat het recht op aftrek van voorbelasting een essentieel recht is binnen de btw-heffing.
Ook vindt het hof dat de inspecteur de ondernemer meer heeft moeten wijzen op de noodzaak van het verstrekken van nadere gegevens. De inspecteur werpt tegen dat de ondernemer hem in gebreke heeft gesteld, zodat hij zich onder druk voelde staan om snel uitspraak te doen. Maar dat maakt een en ander niet anders, aldus het hof. Het hof oordeelt dan ook dat 50% van de voorbelasting die de man heeft opgegeven in zijn aangifte, aftrekbaar is.


Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 14-06-2022 (gepubl. 24-06-2022)

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/163585 Thu, 30 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Kleine MKB’ers: digitaliseer met hulp van Mijn Digitale Zaak]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=163258 Vanaf nu kunnen MKB-ondernemers met 2 tot 50 werknemers hulp krijgen bij het digitaliseren van hun bedrijfsvoering. Ondernemers die gebruikmaken van digitale mogelijkheden groeien sneller, zijn winstgevender en werken efficiënter. Overal liggen digitale kansen, maar veel kleinere ondernemers weten niet waar ze het beste kunnen beginnen.


MKB-ondernemers met 2 tot 50 werknemers krijgen die hulp via ‘Mijn Digitale Zaak’ (https://www.mijndigitalezaak.nl/). Dit gezamenlijke initiatief van INretail, KvK en MKB-Nederland biedt ondernemers een persoonlijk advies, een stappenplan en een overzicht van leveranciers.

INretail heeft de digitaliseringsoplossingen die het meeste effect hebben op de productiviteit en toekomstbestendigheid van kleine en grote winkels in de detailhandel (non-food) in kaart gebracht. KvK heeft dit gebruikt voor de ontwikkeling van de digitaliseringsscan. Door de vragen in de scan te beantwoorden, krijgen ondernemers gratis per e-mail een persoonlijk advies, passend bij hun ondernemersdoelen. Ook wordt duidelijk waar de ondernemer staat ten opzichte van branchegenoten. De digitaliseringsscan kan ook door andere ondernemers in de retail worden gebruikt om te kijken waar ze staan qua digitalisering.

Om ondernemers verder op weg te helpen, heeft MKB-Nederland een website ontwikkeld waar landelijke en regionale digitaliseringsleveranciers zich presenteren.

Subsidie voor alle ondernemersAlle MKB-ondernemers met 2 tot 50 werknemers kunnen bij RVO subsidie aanvragen voor (verdere) digitalisering. De subsidie vergoedt 50% van de offerteprijs tot een maximum van € 2.500, waarvan maximaal € 500 voor advies. Onder de subsidie vallen software, hardware, advies, implementatiekosten of het uitbesteden aan derden.

Er kan tot woensdag 30 november 2022, 17.00 uur subsidie worden aangevraagd. Voor de aanvraag heeft de ondernemer minimaal niveau 2+ met machtiging RVO-diensten op niveau eH2+ nodig. Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Kijk hiervoor op de site van RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/mijn-digitale-zaak).

Start door de praktische routekaart te checken en de digitaliseringsscan van KVK in op mijndigitalezaak.nl in te vullen. Aan de hand van deze vragenlijst ontvangt de ondernemer persoonlijk advies over de investering die loont. Dit advies kan men downloaden als pdf en is nodig voor de subsidieaanvraag. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, tot het totale budget op is.

Bron: KvK 29-06-2022 en RVO 21-09-2022

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/163258 Wed, 29 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Dga koopt pand te goedkoop van bv: zes maanden cel]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=163259 Koopt een dga een pand van zijn bv tegen een veel te laag bedrag? En zijn de aangiftes overdrachtsbelasting, vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting gebaseerd op dat bedrag? Dan heeft de dga onjuiste aangiftes ingediend. Hij riskeert in dat geval een gevangenisstraf wegens belastingfraude.


Twee broers houden ieder 50% van de aandelen in een bv met onder meer vastgoed. Op 3 maart 2011 verkoopt de bv aan deze broers twee panden voor een totaalbedrag van € 8.450.000. De Belastingdienst onderzoekt deze transactie en vermoedt dat de verkoopprijs op een te laag bedrag is gesteld. De fiscus schat de werkelijk waarde op zo’n € 11,5 miljoen. Door te werken met een lagere waarde is te weinig overdrachtsbelasting betaald. Ook heeft de bv te weinig winst opgegeven. De broers hebben bovendien nagelaten verkapt dividend op te geven. De fiscus ontvangt daardoor te weinig vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Het Openbaar Ministerie (OM) stelt dat minstens één broer dit bewust heeft gedaan. Die broer heeft namelijk de hulp van taxateurs ingeschakeld zonder hen volledig in te lichten. Hij heeft hen bijvoorbeeld niets verteld over de onderhandelingen rond de verhuur van de panden aan een winkelketen.
Het OM betoogt dat de bv heeft mogen verwachten dat zij de panden gedurende tien jaar zou kunnen verhuren voor € 875.000 per jaar. Ook e-mails met de bank tonen aan dat de verdachte na een renovatie van de panden rekening houdt met een meerwaarde van € 9 miljoen. De werkelijke waarde van de panden moet dus zo’n € 17 miljoen bedragen. Overigens houdt het OM het uit voorzichtigheid op een waarde van € 11,5 miljoen. Volgens Rechtbank Amsterdam heeft het OM de schuld van de verdachte voldoende bewezen. Maar de straf pakt lager uit dan de twaalf maanden gevangenisstraf die het OM vordert. De rechtbank veroordeelt de man namelijk tot zes maanden gevangenisstraf en een taakstraf van 240 uur. Daarbij is van belang dat de fraude meer dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Sindsdien heeft de man geen fraude gepleegd. Daarnaast is de redelijke termijn overschreden.

Bron: Rb. Amsterdam 09-06-2022

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/163259 Wed, 29 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Register met definitieve subsidies voor eerste periode NOW openbaar]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=162960 UWV heeft een register gepubliceerd met de definitieve tegemoetkomingen voor werkgevers die een aanvraag hebben gedaan voor de eerste periode van de NOW-maatregel die liep van maart tot en met mei 2020.


Hierin is te zien op welke tegemoetkoming werkgevers uiteindelijk recht hebben. Eerder publiceerde UWV al een register met de ontvangen voorschotbedragen. De overheid wil zo transparant mogelijk zijn over de besteding van publiek geld. In de NOW-regeling staat daarom dat werkgevers die NOW aanvragen, instemmen met publicatie van deze gegevens.
Het register is te vinden op de website van UWV.

Van alle vaststellingen die nu in het register staan, leidt zo’n 29% tot een nabetaling door UWV. Deze bijna 36.000 werkgevers ontvangen in totaal nog een bedrag van ruim € 455 miljoen. Voor 90.000 werkgevers (71%) geldt dat zij een terugvordering krijgen. In totaal gaat dit om een bedrag van € 2,3 miljard. Werkgevers die (een deel van) het voorschot moeten terugbetalen kunnen een ruime betalingsregeling treffen.
Een relatief kleine groep heeft, ondanks herhaalde herinneringen door UWV, geen vaststelling aangevraagd en dus geen daadwerkelijk omzetverlies doorgegeven. UWV kan dan geen definitieve tegemoetkoming vaststellen. Ook dat leidt tot een zogenoemde nihilstelling waardoor ook deze werkgevers het volledige voorschot moeten terugbetalen.
Later worden voor de andere NOW-periodes deze registers ook bekendgemaakt. UWV is nog geruime tijd bezig met de vaststellingen. UWV geeft verder geen nadere informatie over individuele werkgevers.

Bron: UWV 23-06-2022

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/162960 Tue, 28 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Coronapandemie verlengt redelijke termijn niet automatisch]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=162961 Het hof moet na het indienen van een hoger beroepschrift in beginsel binnen twee jaar uitspraak doen. Onder omstandigheden kan het hof de redelijke termijn van twee jaar verlengen. De Hoge Raad oordeelt dat corona niet automatisch tot verlenging van de redelijke termijn leidt en kent belanghebbende alsnog een immateriële schadevergoeding toe.


Een bv verzoekt bij Hof Arnhem-Leeuwarden om een immateriële schadevergoeding. De bv heeft op 18 juni 2019 het hoger beroepschrift ingediend. Op 22 juni 2021 heeft het hof uitspraak gedaan. Dat is meer dan twee jaar. Toch kent het hof geen immateriële schadevergoeding toe. Volgens het hof is de coronapandemie een uitzonderlijke situatie die een verlenging van de redelijke termijn met vier maanden voor de berechting in hoger beroep rechtvaardigt. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en verwijst daarvoor naar zijn arrest van 27 mei 2022. Corona is niet in zijn algemeenheid reden voor verlenging van de redelijke termijn. Het coronavirus is alleen een bijzondere omstandigheid als partijen waren uitgenodigd voor de zitting in de periode waarin de gerechtsgebouwen vanwege corona waren gesloten (17 maart tot en met 10 mei 2020) en het onderzoek ter zitting daarom opnieuw moest worden gepland. In dit geval is daarvan echter geen sprake. Het hof heeft de redelijke termijn van berechting in hoger beroep daarom ten onrechte verlengd. De Hoge Raad kent de bv alsnog een vergoeding van € 500 voor immateriële schade toe.

Bron: Hoge Raad 24-06-2022

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/162961 Tue, 28 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Beroepstermijn gaat later in bij vaagheid rond postbezorger]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=162676 Als de inspecteur niet kan aantonen aan welk postvervoer hij een uitspraak op bezwaar heeft aangeboden, gaat de beroepstermijn later in dan normaal. Deze termijn begint dan namelijk pas te lopen als de belanghebbende de uitspraak heeft gezien.


De Belastingdienst doet op 19 oktober 2018 uitspraak op bezwaar tegen een naheffingsaanslag btw en boetebeschikking die zijn opgelegd aan een btw-ondernemer. Deze ondernemer stelt op 12 juli 2019 beroep in. Hij beweert de uitspraak op bezwaar niet te hebben ontvangen. De Hoge Raad bepaalt dat in deze stelling een betwisting van de verzending van dat besluit zit begrepen. In dat geval moet de fiscus die verzending aannemelijk te maken. Is sprake van een boetebeschikking waartegen vóór 1 augustus 2019 bezwaar of beroep is aangetekend? Dan moet de Belastingdienst de verzending zelfs overtuigend aantonen. Bij verzending per post dient de inspecteur aannemelijk te maken respectievelijk overtuigend aan te tonen dat hij het poststuk heeft aangeboden aan een postvervoerbedrijf. Hierbij moet eveneens duidelijk zijn om welk postvervoerbedrijf het gaat.
In deze zaak staat niet vast aan welk postvervoerbedrijf de uitspraak op bezwaar is aangeboden. De Belastingdienst heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt noch overtuigend aangetoond dat de uitspraak op bezwaar aan een postvervoerbedrijf is aangeboden voor verzending aan de ondernemer. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar niet correct is bekendgemaakt. In dat geval vangt de beroepstermijn pas aan op de dag waarop de belanghebbende een afschrift van die uitspraak onder ogen heeft gekregen. De eis dat het beroep zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is ingesteld, komt dan te vervallen. Stelt de belanghebbende in zo’n situatie beroep in voordat hij de uitspraak op bezwaar onder ogen heeft gekregen? Dan moet een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege blijven. Het is dan immers zeker dat op het tijdstip waarop het beroep is ingesteld, de uitspraak op bezwaar al tot stand is gekomen.
De conclusie van het dossier is duidelijk: de btw-ondernemer heeft ten tijde van het indienen van het beroepschrift de uitspraak op bezwaar nog niet onder ogen gekregen. Er is daarom geen reden om het beroep wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk te verklaren. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de ondernemer gegrond.

Bron: Hoge Raad 17-06-2022

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/162676 Mon, 27 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Internetconsultatie betalingsregeling op last rechter]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=161626 Op dit moment kan door een schuldenaar alleen een betalingsregeling worden afgesproken als de schuldeiser daarmee instemt. Ter consultatie ligt nu een wetsvoorstel voor waardoor de rechter, ook tegen de wil van een schuldeiser, een betalingsregeling kan opleggen.


In boek zes van het Burgerlijk Wetboek wordt bepaald dat de schuldenaar zonder toestemming van de schuldeiser niet bevoegd is het verschuldigde bedrag in gedeelten te voldoen. Dit betekent dat de rechter alleen met medewerking van de schuldeiser een betalingsregeling kan opleggen.
Het kunnen opleggen van een passende betalingsregeling kan bijdragen aan het voorkomen dat schuldenaren (verder) in de financiële problemen raken. Daarom wordt voorgesteld het artikel dat dat regelt aan te vullen met de mogelijkheid dat ook tegen de wil van een schuldeiser door de rechter een betalingsregeling kan worden opgelegd. Met name als op grond van de redelijkheid en billijkheid niet van de schuldenaar kan worden gevergd dat hij zijn vordering in één keer betaalt. Hierbij mag dan geen sprake zijn van onevenredige benadeling van de schuldeiser en dienen beide partijen zich over de regeling te kunnen uitlaten.
De internetconsultatie (https://www.internetconsultatie.nl/rechterlijkebetalingsregeling/b1) staat open tot 14 september 2022.

Bron: Min. J&V 22-06-2022

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/161626 Thu, 23 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Alle winst schijn-VOF belast bij inbrenger van onderneming]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=161627 Heeft een IB-ondernemer zijn bedrijf ingebracht in een VOF, maar is geen sprake van een samenwerkingsverband in materiële zin? Dan is het resultaat uit die VOF volgens Hof Den Bosch alleen toe te rekenen aan degene die zijn onderneming inbracht.


Een vrouw neemt op 1 januari 2006 de eenmanszaak van haar echtgenoot over. Daarbij maken zij gebruik van de faciliteit van de geruisloze doorschuiving. De bedrijfsactiviteiten van de eenmanszaak omvatten het beschikbaar stellen van een rijhal met alle voorkomende werkzaamheden in en rond deze hal. Daarnaast houdt het bedrijf zich bezig met de fok, opfok en africhting van jonge paarden voor de dressuursport. Ten slotte verhuurt de onderneming paardenboxen. Enkele jaren later sluit de onderneemster een VOF-overeenkomst met haar schoonzoon en haar dochter. De (schoon)moeder brengt de onroerende zaak in die zij mede gebruikt voor de onderneming. De inbreng van de schoonzoon bestaat uit in privé gehouden paarden. De dochter brengt uitsluitend arbeid in. Maar de inspecteur kent aan deze VOF-overeenkomst geen materiële waarde toe. Daarom rekent hij alle (negatieve) winst toe aan de (schoon)moeder. Deze onderneemster start vervolgens een beroepsprocedure.
Hof Den Bosch is het met de Belastingdienst eens dat feitelijk geen sprake is van een materieel samenwerkingsverband. De onderneemster geeft namelijk niet genoeg inzicht in de feitelijke samenwerking tussen haar, haar schoonzoon en haar dochter. Haar dossier bevat evenmin stukken waaruit blijkt dat de VOF naar buiten toe optreedt als samenwerkingsverband. De onderneemster stelt nog dat haar schoonzoon en haar dochter bij haar zijn ingetrokken in het woonhuis op het bedrijfsterrein. Verder is de VOF ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel. Deze omstandigheden zijn volgens het hof echter onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Bovendien benadrukt het hof dat de rechtsvorm ook niet doorslaggevend is. De manier waarop de partijen in de praktijk handelen, is relevant. Het hof stelt dat het resultaat van de VOF volledig valt toe te rekenen aan de (schoon)moeder.
Daarnaast oordeelt het hof dat men dient uit te gaan van de herrekende verliezen zoals de Belastingdienst die heeft berekend. Maar het beroep van de onderneemster is toch gegrond. Dat komt onder meer doordat de inspecteur ten onrechte geen verliesvaststellingsbeschikking over 2011 heeft afgegeven.

Bron: Hof Den Bosch 01-06-2022 (gepubl. 21-06-2022)

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/161627 Thu, 23 Jun 2022 00:00:00
<![CDATA[Opnieuw hogere loonafspraken]]> http://www.clientonline.nl/co2_news/news.php5?office_id=1014&co2_news_task=show_article&article_id=161449 De in mei afgesproken loonsverhogingen zijn met een gemiddelde van 3,6% op nieuw hoger dan in de maand april. Door dit hoge gemiddelde is het gemiddelde van alle in 2022 gemaakte loonafspraken voor het eerst op 3% gekomen. Zo blijkt uit cijfers van AWVN.


Dit jaar werden in mei 26 nieuwe cao-akkoorden afgesproken. Dat is iets minder dan in andere jaren in deze maand. In totaal werden dit jaar 169 cao’s afgesloten voor 2,1 miljoen werknemers. Dit betekent dat voor 42% van alle in 2022 aflopende cao’s een nieuwe cao is afgesproken. Normaal is er in mei voor 35% van de cao’s een nieuwe cao.
Het patroon in de maandgemiddelden van cao-afspraken blijft normaal: na gunstige economische berichten volgen stijgende loonafspraken met een vertraging van meestal tenminste een jaar. Dat de loonstijging iets sneller is ingezet, hangt waarschijnlijk samen met de zeer snelle omslag van economische groei in krimp en van krimp in groei in 2020 en 2021.

De huidige stijging van de lonen wordt ook versterkt door krapte op delen van de arbeidsmarkt. Hoewel het er naar uitziet dat die krapte voorlopig aanhoudt, wordt de daardoor veroorzaakte opwaartse druk op de lonen tegengewerkt door oplopende bedrijfskosten (onder meer energieprijzen), verslechterde economische voorspellingen en onzekere bedrijfseconomische vooruitzichten. Dat kan leiden tot een afvlakking van de loontrend.
In zo’n 20% van de cao’s die in 2022 zijn afgesloten wordt een vast minimumbedrag afgesproken om de lonen te verhogen, naast de ‘gewone’ procentuele afspraken. Hierdoor gaan werknemers met een laag salaris er verhoudingsgewijs meer op vooruit. Volgens AWVN tonen werkgevers daarmee hun zorg voor de koopkrachtproblemen van de lagere inkomensgroepen, degenen die verhoudingsgewijs het hardst worden getroffen door de opgelopen inflatie.

Kerncijfers

Loonafspraken mei gemiddeld 3,6%

Loonafspraken 2022 gemiddeld 3,0%

Loonafspraken 2021 gemiddeld 2,1%

Aantal nieuwe cao-akkoorden in mei 2022: 26

Aantal aflopende cao’s in 2022: 397 voor 2,8 miljoen werknemers

Aantal vernieuwde cao’s die in 2022 ingaan: 169 voor 2,1 miljoen werknemers

Aantal openstaande cao’s op dit moment (expiratie in 2022): 228 voor 780.000 werknemers

Aantal openstaande cao’s op dit moment met expiratie in 2021: 55 cao’s (170.000 werknemers)

Bron: AWVN.nl 17-06-2022

]]>
http://www.clientonline.nl/co2_news/161449 Wed, 22 Jun 2022 00:00:00